Cocker Spaniel in het verleden

Over de geschiedenis van de Engelse Cocker Spaniel kunnen volledige boeken geschreven worden. Zo zijn er verhalen dat dit ras in de vierde eeuw voor Christus al als jachthond ingezet werd. De Engelse cocker spaniel is dan ook een van de oudste hondenrassen. De huidige naam draagt dit hondenras pas vanaf de 18e eeuw.

Afbeeldingen

Eén van de oudste afbeeldingen van de Spaniel zou dateren uit de vierde eeuw v.Chr. Het gaat om een munt van de vader van Alexander de Grote. Daarnaast zijn er ook nog verschillende gravures, ertsen en schilderijen. Ook in de late Middeleeuwen, tijdens de Renaissance en in de 17e, 18e en 19e eeuw vinden we de Spaniel terug op verschillende schilderwerken. Het is pas in de tiende eeuw dat deze honden voor het eerst beschreven werden in zowel Engelse als Franse literatuur. In de dertiende eeuw werd in een Latijns leerboek reeds gesproken over de jacht met de valk. Het hoogtepunt van deze jacht lag echter in de zestiende eeuw namelijk in de Renaissance. In diezelfde eeuw kwamen vooral de bonte Spaniels terug, de eenkleurige honden waren eerder zeldzaam. De Spaniels werden door Chaucer en Shakespeare beschreven als vleiers, bedelaars en flodderaars.

Benaming

In de oude geschriften werd de naam als Spaynell geschreven. De huidige schrijfwijze vinden we pas terug bij Shakespeare in de zestiende eeuw. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor het woord Spaniel. Volgens sommige bronnen komt dit etymologisch van Espanholz, Espagnol gaande tot Espagneul, Spaniel wat zou betekenen de hond uit Spanje. Andere bronnen leiden de naam af uit Span dat bij de Carthagers konijn betekende. Toen dit volk in het huidige Spanje aankwam, trof men veel konijnen aan. Bijgevolg heetten ze het land Spanje en de honden die achter de konijnen joegen Spaniels. Het oud-Keltisch woord “Spain” verwijst ook naar konijn.

De oorsprong van de naam Cocker of Cocking is meer eenduidig : het is afgeleid van het Engelse woodcock (houtsnip in het Nederlands). Rond 1800 wordt deze term steeds meer gebruikt. In die periode was de valkenjacht met behulp van de kleine Spaniels zeer populair in Engeland. De Cocker was zeer geschikt voor de jacht op de houtsnip, een kleine sluwe vogel. Hij moest namelijk het wild uitdrijven uit de dichte dekkingen zoals bramen en duindoorns.

De jachthond
De Cocker Spaniel komt van oorsprong uit Engeland. De Spaniel werd oorspronkelijk onderscheiden in de water- en landspaniel. In de 14e eeuw maakte men het onderscheid tussen creeping, setting en springing spaniels. Elke groep werd ingezet voor een specifieke jachtvorm. De Spaniel was een hond bedoeld voor de jacht op vliegend wild. Met deze vogelhonden werd op twee manieren gejaagd : enerzijds met netten waarbij de hond voor het wild moest gaan liggen of zitten zodat de jager een net over de vogels kon werpen en anderzijds met valken waarbij de hond het wild moesten opstoten zodat de valken deze konden vangen. Uit het eerste type zijn de staande jachthonden ontstaan. Uit het tweede type zijn de drijvers of spaniels ontstaan. De valken werden later vervangen door geweren.
 
Oorsprong
In de zeventiende eeuw werden vele spanielrassen met elkaar gekruist in Engeland. De verschillen werden steeds groter. In de negentiende eeuw was het verschil tussen de Field Spaniel en de Cocker Spaniel zeer klein. De honden met een gewicht boven de 25 Engelse ponden (ongeveer 11,5 kilo)  werden Field Spaniels genoemd en de honden met een gewicht daaronder Cocker Spaniels. In de negentiende eeuw werd begonnen met een fokprogramma. De eerste Engelse Spaniel Club is in 1885 opgericht, in Nederland werd de eerste spaniel club in 1906 opgericht. In 1893 erkende de Engelse Kennel Club de Cocker Spaniel. In 1902 werd de Cocker Spaniel Club opgericht die tevens de rasstandaard vastgelegd heeft. Het gewicht vormde niet langer het criterium om een Field en Cocker Spaniel van elkaar te onderscheiden. Deze werden voortaan volgens type gescheiden. De Cockers waren kleiner dan de huidige, met 30 cm schofthoogte, terwijl dat nu rond de 40 cm ligt. De honden van Mr. James Farrow hebben als voorbeeld gediend bij het opstellen van de eerste rasstandaard van de Cocker Spaniel. Deze zijn eerder vierkant (kortere rug en langere benen) en compact. Mr. James Farrows zwarte reu Obo wordt aanzien als de stamvader van alle Cockers. De Engelse Cocker Spaniel onderscheidt zich ook van de Amerikaanse Cocker Spaniel die zijn verdere ontwikkeling kent in de Verenigde Staten. Deze laatste heeft een kleiner en verfijnder hoofd. In 1946 werden beide Cocker Spaniels als afzonderlijke rassen erkend door de American Kennel Club.

Hedendaagse Cocker

Men onderscheidt twee types Engelse Cocker Spaniel namelijk het show-gefokte type dat lange, laag aangezette oren heeft en een lange beharing en het werk-gefokte type of jachttype dat een veel kortere vacht heeft, hoger aangezette oren en dieper liggende ogen. Dit laatste type wordt vooral ingezet in het jachtveld en op veldwedstrijden. Voor de jacht is het nodig een werkproef af te leggen. Beide types worden volgens dezelfde rasstandaard gefokt, toch zijn er heel wat verschillen in uiterlijk en karakter waarneembaar. Daarnaast is er nog de “dual-purpose” Cocker die voor twee doeleinden – show en jacht – gefokt wordt. De bedoeling is de jachteigenschappen te behouden en toch aan de rasstandaard te voldoen.