Kennismaking met de Engelse Cocker Spaniel

Engelse Cocker Spaniëls zijn levendige en vrolijke honden. Zij hebben een onverwoestbaar goed humeur, en zien overal de lol van in. Kenmerkend aan de Engelse Cockers zijn de eeuwig kwispelende staarten. Bovendien zijn Engelse Cockers aanhankelijk en op de baas gericht. Zij lopen de hele dag, als zij de kans krijgen, achter jou aan te dreutelen. Daar moet men als (toekomstige) baas wel tegen kunnen of een oplossing voor verzinnen, zoals af en toe in de bench. 

Engelse Cockers zijn niet groot. Zij wegen ongeveer 12 tot 15 kilo en hebben een schofthoogte, bij reuen, van 38 tot 40 cm. Hun vachten vergen veel onderhoud. Daar moeten pupkopers en eigenaren rekening mee houden. Maar als zij goed en door een erkende trimmer/trimster onder handen zijn genomen, dan geeft dit een prachtig beeld van een anatomisch uitgebalanceerde en met grote schoonheid omgeven hond. Cockers zijn niet alleen vertederend vanwege hun karakter, maar ook een lust voor het oog. Cockers hebben de hen kenmerkende 'melting expression'. De lange oren, waarover later meer, dragen aan dit beeld bij. 

Het ras Engelse Cocker Spaniel komt van origine uit Groot-Brittannië. Daar is het ras in elkaar geknutseld met de bedoeling een jachthondje te fokken dat uithoudingsvermogen, een goede neus en snelheid heeft. Bovendien hebben jaren van selectie op bepaalde kenmerken voor het veldwerk opgeleverd dat Engelse Cockers veel will-to-please hebben, hard voor hun baas willen werken, doorzetters zijn en veel energie hebben. Zij zijn bovendien gefokt op een uitgebalanceerde anatomie, die er voor zorgt dat zij lang en voortdurend kunnen draven. De borstkassen zijn diep tussen de voorpoten gelegen, de achterpoten moeten mooie hoekingen hebben, zodat zij kunnen stuwen, zoals we dat in kynologische termen zeggen. De ruggen moeten recht zijn, en de hond moet een sterke hals hebben om wild te kunnen apporteren . 

De oorsprong van de Engelse Cocker vinden wij nog steeds terug in de huidige 'huishonden'. De lange oren houden de lucht vast die jachthonden opdoen in het veld. Aangezien een Engelse Cocker is gefokt om wild in dicht terrein op te stoten en uit de dekking te jagen, zijn de lange oren van belang voor het volgen van geursporen in dichte bosjes. Zodra een Engelse Cocker buiten is, gaat de neus naar beneden om geuren op te sporen en vallen de oren als het ware om de voorsnuit en langs de neus, zodat de geur niet weg kan waaien. Vele mensen denken dat de oren vanwege de schoonheid en het beeld van de kop gefokt zijn, maar zij hebben hun nut gehad voor de jacht. En de lange oren geven de Engelse Cocker inderdaad ook een schattig uiterlijk. 

In de oorspronkelijke opzet en fokkerij van de Engelse Cocker vinden wij nog meer kenmerken bij huidige honden terug. Zij zijn snel, zelfstandig en willen altijd rennen. Zij zijn zelden moe (hoewel dat per hond verschilt) en aan slapen doen zij erg weinig. Soms moet men een Cocker dus even dwingen om te rusten. Als pupkopers slecht tegen een altijd drukke hond kunnen, zal de keuze niet snel voor de Engelse Cocker gemaakt worden. Maar mensen die er eenmaal een in huis hebben gehad zijn vaak verkocht voor het leven. De vereniging krijgt meermaals verzoeken van oudere mensen die een oudere herplaatshond wensen omdat zij het 'achterna lopen van de hond' zo missen in huis. 

Vanwege de ingefokte neu, heeft een Engelse Cocker een grote snuffelbehoefte. De houding van de neus aan de grond, zodra een Cocker buiten is, is voor iedereen herkenbaar. Hun will-to-please uit zich bij 'huishonden' in een enorme speelsheid en werklust. Een Engelse Cocker is een multifunctionele hond om activiteiten mee te ondernemen. Men kan er jachtwedstrijden mee gaan lopen Zij zijn ook geschikt voor agility (behendigheid) en voor flyball. Ze kunnen goed mee met fanatieke wandelaars. Zij zijn iets moeilijker met eenvoudige gehoorzaamheidsoefeningen, want dat vinden zij niet zo leuk, maar als de baas GG (Gedrag en Gehoorzaamheid) leuk vindt, dan kan een Cocker nog ver komen in een Cynophilia-traject. 

Voor de minder outdoor gerichte kopers kan gesteld worden dat een Engelse Cocker wel erg graag buiten is en veel beweging nodig heeft. Slechts een paar keer per dag een blokje om maakt hem onrustiger in huis. Maar spelletjes als puzzelen, ballen verstoppen, speeltjes met brokjes en andere indoor activiteiten maken de Cocker ook moe en voldaan. Er zijn droge en natte Engelse Cockers. Sommigen zijn wellustige zwemmers. Anderen gaan niet naar buiten als het regent. 

Voor wat betreft aangeboren of erfelijke aandoeningen in het ras doet de rasvereniging er alles aan om deze 'uit te fokken'. Op dit moment is de stand van zaken dat fokdieren binnen de rasvereniging gescreend worden op oogaandoeningen, heupdysplasie, anatomie en schoonheid. De vereniging heeft met ingang van 1 januari 2010 de DNA-testen voor PRA (oogaandoening) en FN (nieraandoening) verplicht gesteld voor de fokkers. Hetgeen maakt dat toekomstige pupkopers zich geen zorgen hoeven maken over erfelijke oog- en nieraandoeningen. Wij kunnen nu beter en zorgvuldiger fokken, en de pupkopers vrijwaren van twee vervelende erfelijke aandoeningen. 

Tot slot is de Engelse Cocker een geweldige kameraad, ook voor kinderen. Maar een hond blijft een hond en in een huishouden met zeer kleine kinderen moeten eigenaren zowel de hond als het kind goed opvoeden in hun onderlinge omgang. Cockers kunnen weleens mokken als zij hun zin niet krijgen, maar zij leggen zich daar vanwege hun opgeruimde karakter ook weer snel bij neer. In die zin zullen Cockers andere huisdieren als katten, konijnen of vogels, ook gemakkelijk accepteren. 


© Namens de CockerSpanielClub, Patrice van de Vorst
De Nederlandse Spaniel Club maakt onterecht gebruik van deze tekst.